Bloemkoolblad voor chips en soep

‘To bloemkool or not to bloemkool?’ is dé vraag die me nu al weken, zelfs maanden, bezighoudt.

Het zit namelijk zo: eind september zaaide ik bloemkool voor in de – toen versgeplaatste – serre, in een zaaibakje. Dat ging fantastisch! Enkele weken later kon ik meer dan twintig jonge bloemkoolplantjes verspenen naar terracotta potjes. Ze groeiden gestaag verder tot het potje te klein werd en een volgende fase zich opdrong: nogmaals verpotten voor overwintering om vroeg in de lente buiten te planten (dat heet de weeuwenteelt), of uitplanten in de grond in de serre (dat is glasteelt). Ik koos voor het laatste, dat leek me het veiligste. In de serre was voorlopig plaats genoeg en buiten moesten de percelen nog beter bewerkt worden tegen het vollegrondsseizoen.

Het werd een strenge winter, maar de bloemkoolplanten sloegen zich er prima door. Eventjes leken ze te bibberen van de kou, want ook in een onverwarmde serre vriest het als de zon niet schijnt. Maar doorheen de lente werden het forsere en forsere planten. Echt knap.

Vanaf maart begon ik dan ook uit te kijken naar mooie bloemkoolhoofdjes in die knappe planten. Maar die kwamen er niet. Helaas, geen verdikking of wittigheid te zien, enkel groter en groter blad.

Ik informeerde me, las in mijn moestuinboek, zocht op google, stelde de vraag aan facebook en aan bezoekers: verschijnt hier ergens nog een bloemkool of is het een verloren zaak?

Ik leerde dat bloemkool geen al te gemakkelijke groente is om te telen. Maar zoooo lekker dat ik het toch wil! Een eerste test in onze stadstuin vorige zomer lukte trouwens wel prima. Volgens de ene zou er zeker nog een kool verschijnen, een ander had twijfels. Maar een maand later, vandaag, is er nog steeds niets meer te beleven dan ‘veel reuzenblad’.

Waarschijnlijk ligt het antwoord in het gekozen ras: mijn keuze viel op een ras voor winteroogst maar een vroeg ras ware beter geweest volgens het moestuinboek. Dat onthou ik voor volgend jaar.

Maar boven alles leerde ik dankbaar dat ik dit niet als verloren zaak hoef te beschouwen. Want ook het blad is eetbaar, het heeft een lekkere zachte bloemkoolsmaak. De stronk trouwens ook, maar zonder bloemkool geen stronk. 😉

Dus stilaan oogst ik loof, om er bloemkoolbladchips of een soepje van te maken of ze mee doorheen de wok of de puree te draaien. Zo maak ik in de serre weer plaats vrij om over enkele weken tomaten te planten. Niet voor het blad deze keer, maar voor de vruchten!

Bloemkoolbladchips:
Van bloemkoolblad de nerven wegsnijden en het groene bladgedeelte in kleinere stukken snijden. In een ovenschaal overgieten met een beetje olijfolie en kruiden met grof zout en peper. Alles goed mengen, best met de hand, en uitspreiden over de ovenschaal. Zorg ervoor dat de stukken goed openliggen, zo weinig mogelijk over elkaar. Kies de ovenplaat dus zo groot mogelijk. Een tiental minuten bakken in een hete oven van ongeveer 200°C, de stukken worden dan krokant en kleuren bruin. Lekker als aperitiefhapje of als garnituur aan tafel.

Soep van broccoli en bloemkoolblad:
Met ongeveer 300gr broccoli, 300gr bloemkoolloof en -stronk, 1 grote aardappel en 1 ui maak je een lekkere soep. Kruiden met peper, zout en komijn. Mixen en serveren met wat roomkaas of roomdruppels.

Heb je bloemkool in je tuin of winkelkar? Gebruik het loof en de stronk dan zeker ook eens in je keuken. Weggooien is zonde!



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.